Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

Toelichting bij de geconsolideerde jaarrekening 2019

Algemeen

Relatie met moedermaatschappij en voornaamste activiteiten

De geconsolideerde jaarrekening van Jaarbeurs omvat Jaarbeurs Holding B.V., statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudende te Jaarbeursplein 3521 AL Utrecht, en haar 100% dochteronderneming Jaarbeurs Vastgoed B.V. met haar dochterondernemingen. De Stichting Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs oefent geen bedrijf uit en is houdster van alle aandelen Jaarbeurs Holding B.V.

De onderneming is een holdingmaatschappij. De voornaamste activiteiten van de groep bestaan uit de organisatie van beurzen en evenementen, uit het exploiteren van het Congres- en Vergadercentrum, het stichten en exploiteren van de voor de organisatie van beurzen en evenementen benodigde infrastructuur en facilitaire diensten, en het verzorgen van cateringactiviteiten.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar.

Stelselwijziging

Vooruitlopend op de wijziging van Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving per 1 januari 2019 heeft Jaarbeurs reeds in 2018 een stelselwijziging doorgevoerd. Deze stelselwijziging heeft gevolgen voor de verwerking van de onderhoudskosten in de jaarrekening. Jaarbeurs heeft ervoor gekozen deze wijziging prospectief te verwerken. Vanaf boekjaar 2018 worden alle kosten die samenhangen met groot onderhoud geactiveerd. Voorheen werden deze kosten als last in de winst- en verliesrekening verantwoord.

Toegepaste standaarden

De jaarrekening is opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten.

Vergelijkende cijfers

De cijfers over 2018 zijn indien nodig geherrubriceerd teneinde een juiste vergelijking met 2019 mogelijk te maken.

Toepassing van artikel 402 Boek 2 BW

De financiële gegevens van de onderneming zijn in de geconsolideerde jaarrekening verwerkt. Daarom vermeldt de enkelvoudige winst- en verliesrekening conform artikel 402 Boek 2 BW slechts het aandeel in het resultaat van vennootschappen waarin wordt deelgenomen na belastingen en het overige resultaat na belastingen.

Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Grondslagen voor consolidatie

De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van de onderneming en haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend, dan wel waarover de centrale leiding bestaat.

Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin de onderneming een meerderheidsbelang heeft, of waarin op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Bij de bepaling of beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend, worden financiële instrumenten die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend, betrokken.

Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed.

In de geconsolideerde jaarrekening zijn de onderlinge schulden, vorderingen en transacties geëlimineerd, evenals de binnen de groep gemaakte winsten. De groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd, waarbij het minderheidsbelang van derden afzonderlijk tot uitdrukking is gebracht.

Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa, verplichtingen en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

Groepsmaatschappijen en deelnemingen

Een overzicht van de belangrijkste in de consolidatie meegenomen groepsmaatschappijen en deelnemingen staat in Overige gegevens.

Grondslagen voor de omrekening van vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta

Transacties luidend in vreemde valuta worden in de betreffende functionele valuta van de groepsmaatschappijen omgerekend tegen de geldende wisselkoers per de transactiedatum. In vreemde valuta luidende monetaire activa en verplichtingen worden per balansdatum in de functionele valuta omgerekend tegen de op die datum geldende wisselkoers. Niet-monetaire activa en passiva in vreemde valuta’s die tegen historische kostprijs worden opgenomen, worden in euro’s omgerekend tegen de geldende wisselkoersen per de transactiedatum. De bij omrekening optredende valutakoersverschillen worden als last in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Bedrijfsuitoefening in het buitenland

De activa en verplichtingen van bedrijfsuitoefening in het buitenland, met inbegrip van goodwill en bij consolidatie ontstane reële waarde correcties, worden in euro’s omgerekend tegen de geldende koers per verslagdatum. De opbrengsten en kosten van buitenlandse activiteiten worden in euro’s omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers van het verslagjaar.

Valuta-omrekeningsverschillen worden verwerkt in de reserve omrekeningsverschillen. Als een buitenlandse activiteit geheel of gedeeltelijk wordt verkocht, wordt het betreffende bedrag uit de reserve omrekeningsverschillen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.

Afdekking van de netto-investering in buitenlandse activiteiten

Valuta-koersverschillen die optreden bij de omrekening van een financiële verplichting die wordt aangemerkt als afdekking van de netto- investering in een buitenlandse activiteit, worden direct in het eigen vermogen verwerkt – in de reserve omrekeningsverschillen – voor zover de afdekking effectief is. Het niet effectieve deel wordt als last in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Grondslagen voor financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde. Indien instrumenten niet zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst- en verliesrekening, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd. De onderneming maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten).

Financiële instrumenten die deel uitmaken van een handelsportefeuille

Financiële instrumenten (activa en verplichtingen) die worden aangehouden voor handelsdoeleinden, worden gewaardeerd tegen reële waarde en wijzigingen in die reële waarde worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. In de eerste periode van waardering worden toerekenbare transactiekosten als last in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Verstrekte leningen en overige vorderingen

Verstrekte leningen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Overige financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen die geen deel uitmaken van een handelsportefeuille, worden tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd op basis van de effectieve rentemethode.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen

Deze worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. De aflossingsverplichtingen van de langlopende schulden voor het komend jaar worden opgenomen onder de kortlopende schulden.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

Algemeen

Voor zover niet anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden en waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de waardebepaling.

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, de functionele valuta van de onderneming. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond in duizendtallen.

Immateriële vaste activa

Aangekochte beurstitels worden opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met de lineair berekende afschrijvingen welke zijn gebaseerd op de economische levensduur. Deze bedraagt voor beurstitels maximaal 20 jaar. Goodwill wordt bepaald als het positieve verschil tussen de verkrijgingprijs van de deelnemingen en het belang van de groep in de netto reële waarde van de overgenomen identificeerbare activa en de ‘voorwaardelijke’ verplichtingen van de overgenomen partij, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Goodwill betaald bij de acquisitie van buitenlandse groepsmaatschappijen en deelnemingen wordt omgerekend tegen de koers op de transactiedatum. De geactiveerde goodwill wordt lineair afgeschreven over de geschatte economische levensduur, met een maximum van 10 jaar.

Software wordt gewaardeerd op het bedrag van de bestede kosten, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De jaarlijkse afschrijvingen bedragen een vast percentage van de bestede kosten. De economische levensduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van elk boekjaar opnieuw beoordeeld. Voor de kosten van onderzoek en ontwikkeling wordt een wettelijke reserve gevormd ter hoogte van het geactiveerde bedrag.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa waaronder geactiveerde erfpacht worden gewaardeerd tegen aanschafwaarde onder aftrek van subsidies, verminderd met lineaire afschrijvingen overeenkomstig de geschatte economische levensduur. Werken in aanbouw worden gewaardeerd tegen kostprijs. Indien sprake is van duurzame waardevermindering, worden de materiële vaste activa geherwaardeerd.

Financiële vaste activa

Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van de onderneming gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd. Wanneer de onderneming garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt primair gevormd ten laste van de vorderingen op deze deelneming en voor het overige onder de voorzieningen ter grootte van het aandeel in de door de deelneming geleden verliezen, dan wel voor de verwachte betalingen door de onderneming ten behoeve van deze deelneming.

Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of duurzaam lagere bedrijfswaarde.

Leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode onder aftrek van noodzakelijk geachte waardeverminderingen. Dividenden worden verantwoord in de periode waarin zij betaalbaar worden gesteld.

De grondslagen voor overige financiële vaste activa zijn opgenomen in het onderdeel 'Financiële instrumenten'.

Bijzondere waardeverminderingen

Vaste activa met een lange levensduur dienen te worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen wanneer wijzigingen of omstandigheden zich voordoen die doen vermoeden dat de boekwaarde van een actief niet terugverdiend zal worden. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief te vergelijken met de geschatte contante waarde van de toekomstige netto kasstromen die het actief naar verwachting zal genereren. Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte contante waarde van de toekomstige kasstromen, worden bijzondere waardeverminderingen verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de actuele waarde van het actief.

Voorraden

De voorraden betreffen voornamelijk food & beverage producten en de waardering ervan geschiedt op basis van de fifo-methode (first in first out), voor zover nodig onder aftrek van een voorziening voor incourantheid.

Vorderingen

De grondslagen voor de waardering van vorderingen zijn beschreven in het hoofdstuk ‘Financiële instrumenten’.

Eigen vermogen

Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als eigen vermogen instrumenten, worden gepresenteerd onder het eigen vermogen. Uitkeringen aan houders van deze instrumenten worden in mindering van het eigen vermogen gebracht na aftrek van eventueel hiermee verband houdend voordeel uit hoofde van belasting naar de winst.

Minderheidsbelang derden

Het minderheidsbelang derden wordt gewaardeerd op het aandeel van derden in de nettovermogenswaarde, zoveel mogelijk bepaald overeenkomstig de waarderingsgrondslagen van de onderneming.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. Een voorziening wordt in de balans opgenomen, wanneer er sprake is van:

  • een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; en

  • waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en

  • dat het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

De voorziening voor reorganisatie dient voor de financiële gevolgen van de aanpassing van de organisatie die leidt tot een vermindering van het aantal arbeidsplaatsen. De kosten van daarmee gepaard gaande advies- en begeleidingskosten worden ook in de voorziening opgenomen.

Langlopende en kortlopende schulden

Deze zijn toegelicht in het hoofdstuk “Financiële instrumenten”.

Netto-omzet en bedrijfslasten

De netto-omzet wordt bepaald op basis van de gefactureerde omzet (exclusief belastingen) onder aftrek van kortingen. De netto-omzet wordt verantwoord in het jaar dat de leveringen plaatsvinden. De kosten diensten van derden, materialen en overige externe kosten worden ten laste van het resultaat gebracht in het jaar waarin de daarmee verband houdende opbrengst is verantwoord.

De overige opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de handelsgoederen en diensten zijn overgedragen aan de koper.

Personeelsbeloningen/pensioenen

De in de verslagperiode te verwerken pensioenlast is gelijk aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Afschrijvingen

Afschrijvingen worden lineair berekend over de aanschafwaarde over de verwachte economische levensduur. Op terreinen en activa in aanbouw wordt niet afgeschreven. De belangrijkste afschrijvingspercentages zijn:

Voor materiële vaste activa

  • Gebouwen: 3,33%

  • Machines, installaties en inventaris: tussen 5% en 20%

  • ICT-middelen: 20%

  • Transportmiddelen: 20%

Voor immateriële vaste activa

  • Beurstitels: tussen 5% en 33,33%

  • Goodwill: 10%

  • Software: tussen 10% en 20%

  • Overige immateriële vaste activa: tussen 10% en 20%

Aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, omvat het aandeel van de groep in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen de groep en de niet geconsolideerde deelnemingen en tussen de niet geconsolideerde deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten worden vanaf het moment van verwerving respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van de groep.

Belastingen

De vennootschapsbelasting wordt berekend over het resultaat volgens de jaarrekening, gecorrigeerd voor permanente verschillen.

Belastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en latente belastingen. De belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten, en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

Voor latente belastingen wordt een voorziening getroffen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten.

Er wordt uitsluitend een latente belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winsten beschikbaar zullen zijn die voor de realisatie van het tijdelijke verschil kunnen worden aangewend. Latente belastingvorderingen worden per iedere verslagdatum herzien en verlaagd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd.

Grondslagen voor het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het overzicht bestaan uit liquide middelen en vlottende effecten. De effecten kunnen worden beschouwd als zeer liquide beleggingen.

Kasstromen in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen een gemiddelde koers. Koersverschillen inzake geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond.

Winstbelastingen, ontvangen interest en dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde interest wordt opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten.